Hieronder leest u in een interview met oprichters en voormalig directeuren Mieke Verhaegh en Gerard van der Heul en huidig directeur Ron Coenen. In het kader van het 20-jarig jubileum van TRIAS vertellen zij over het ontstaan van TRIAS, de interne bedrijfscultuur en de meerwaarde die TRIAS biedt.

 

“Mooi om aan zo veel bijzondere projecten te mogen bijdragen”

 

Normaal gesproken acteren ze op de achtergrond, de medewerkers van subsidieadviesbureau TRIAS. Maar vanwege het 20-jarig jubileum stappen ze dit jaar even in de spotlights. Ook oprichters en voormalig directeuren Mieke Verhaegh en Gerard van der Heul en huidig directeur Ron Coenen. Om gedreven over hun fascinerende werk te praten.

Hij zocht in 2002 voor zijn stage een werkplek, vond TRIAS in het telefoonboek en al snel wist huidig directeur Ron Coenen dat hij ooit in de directiekamer van het subsidieadviesbureau terecht zou komen. “Het was liefde op het eerste gezicht, net als bij mijn vrouw”, glimlacht Coenen. “Volgens ons wist je op de eerste dag al dat hier je bestemming lag”, reageren Gerard van der Heul en Mieke Verhaegh gevat. Het tweetal richtte TRIAS in 1999 op en vormde lange tijd de directie; twee jaar geleden besloten ze een stapje terug te doen: ze zijn nog steeds aan TRIAS verbonden als adviseur, maar Ron Coenen zit nu inderdaad op de plek die hij lang geleden al ambieerde.

Praktijk als leerschool
TRIAS werd in 1999 de voortzetting van het Regionaal Bureau Onderwijs (RBO), een stichting die zich vooral bezighield met subsidies voor het onderwijs. Mieke Verhaegh en Gerard van der Heul waren beiden al werkzaam voor het RBO. Na een hervormingsronde besloten ze een nieuwe richting in te slaan. Die nieuwe richting, vertellen ze, werd een BV, TRIAS genaamd. Een subsidieadviesbureau dat zich al snel steeds meer op de gehele publieke sector ging richten. Lastig bijkomend aspect: er zijn geen kant-en-klare leerboeken voor het vak subsidieadviseur, toen niet en nog steeds niet. Gerard van der Heul: “Door ‘trial and error’ hebben we onze kennis opgebouwd, de praktijk was onze leerschool.” “En is dat nog steeds”, vult Mieke Verhaegh aan. “Mensen die nieuw bij ons binnen komen, worden intern opgeleid. We hebben door de jarenlange ervaring de kennis om dat door scholing te doen, maar veelal is het ook de praktijk waar de knowhow wordt opgedaan.”


“Het is mooi te zien aan

hoeveel bijzondere projecten,
al is het in de achtergrond,
wij hebben bijgedragen.”


Familiegevoel
Ron Coenen knikt instemmend. “Ik was nog niet zo lang stagiair toen Gerard een operatie moest ondergaan. Daardoor kon ik meer dan het gebruikelijke stagewerk doen. Daar heb ik veel van geleerd.” Hij ontdekte, zegt hij, al snel hoe veelzijdig de werkzaamheden van een subsidieadviseur zijn. “Je bent met klanten in overleg, denkt met ze mee, dus moet enigszins bekend zijn met hun producten of diensten. Maar daarnaast is het ook belangrijk continu op de hoogte te blijven van de subsidiemogelijkheden. Daar gaan wekelijks de nodige uren inzitten.” Gerard van der Heul merkt op dat lang niet in iedereen een subsidieadviseur zit. “Het werk moet je liggen. Maar als dat het geval is kun je je er helemaal in kwijt. Dat zie je ook aan de mensen die hier werken. Die zijn hier vaak al jaren en ze ontdekken nog steeds nieuwe aspecten.” Mieke Verhaegh geeft aan dat het familiegevoel bij TRIAS daar een rol bij speelt. “We zijn een middelgroot bedrijf met een zeer hecht team. Hechten veel waarde aan de medewerkers. Dankzij hun kennis kunnen we klanten optimaal van dienst zijn. Die waardering is wederzijds. We werken hier allemaal vol plezier. Dat we een ziekteverzuim hebben van nog geen half procent zegt genoeg.”

Meerwaarde
De eerste tien jaar van zijn bestaan richtte TRIAS zich vooral op de publieke sector. Van die tijd herinneren Van der Heul en Verhaegh zich onder meer hoe complementair ze aan elkaar waren. “We hadden verschillende competenties, maar allebei dezelfde visie over hoe het bedrijf op te bouwen. Die verschillende competenties sloten goed op elkaar aan. Dat verklaart zonder meer een deel van het succes. Verder durfden we te pionieren, nieuwe dingen te ontdekken en op te pakken. En hebben we geïnvesteerd in een uitstekend team. Dat heeft onder meer geresulteerd in een TRIAS Academy.” In 2008 vond er een omslag plaats, geven de twee aan. “Er waren ontwikkelingen in de markt waardoor we besloten een nieuwe weg in te slaan. Naast de publieke sector zijn we ons vanaf toen ook volop op bedrijven gaan richten, alweer jaren een volwaardige tak.” Een van de bijzondere aspecten van TRIAS, vindt Ron Coenen, is dat of het nu de publieke sector betreft of de bedrijvenmarkt, ze met hun werk het verschil kunnen maken, van meerwaarde zijn. “Het is mooi te zien aan hoeveel bijzondere projecten, al is het in de achtergrond, wij hebben bijgedragen. Dat gevoel had ik bijvoorbeeld heel sterk in het voortraject van de Floriade 2012. Toen we erin slaagden bepaalde subsidies binnen te halen, gaf dat een enorme kick. Denk aan de landmarks qua gebouwen en de brug over de A73, allemaal gerealiseerd met subsidies die wij aangevraagd hebben. Gerard van der Heul vervolgt dan met de opmerking dat ze lang niet alles wat ze voor elkaar hebben gekregen naar buiten mogen brengen. “We zijn heel trots op ons werk en de resultaten die we bereiken, maar ook bescheiden genoeg om op de achtergrond te blijven.”

 

Vruchten plukken
Ja, geven ze aan het eind van het gesprek aan, over al die mooie resultaten – TRIAS heeft een slagingspercentage van 88 procent van alle aanvragen die ze doen – en over alle bijzondere facetten van het subsidiewerk kunnen ze nog uren doorpraten. Maar als ze dat nu in een paar woorden moeten doen… lukt dat? “Ja hoor”, reageert Gerard van der Heul als eerste, “ik kijk met heel veel plezier en tevredenheid op 20 jaar TRIAS terug, op het werk, op werken binnen het team en samenwerken met de klanten.” Mieke Verhaegh knikt instemmend. “Goed verwoord. Bovendien ben ik er trots op dat iemand uit de eigen geledingen de zaak heeft overgenomen zodat Gerard en ik het los kunnen laten en ons eveneens kunnen focussen op andere zaken.” Ook Ron Coenen kan zich in de woorden van zijn voorganger vinden. “We hebben heel veel mooie dingen bereikt, daar word ik als ik buiten de deur kom regelmatig aan herinnerd als ik de tastbare resultaten van ons werk zie.” En de toekomst, hoe kijkt hij daar als huidig directeur naar? “We zetten in op verdere groei. Belangrijk daarbij is om ons hoge kwaliteitsniveau te behouden. Toen ik als directeur begon dacht ik, voorlopig verandert er niet veel. Na een verhuizing en het opzetten van een nieuw management team denk ik daar wel anders over. We gaan nu de vruchten plukken van wat we in het verleden hebben opgebouwd. Hebben volop kennis en ervaring en de markt weet inmiddels dat we een deskundige en volwaardige partner zijn. Daar gaan we op voortborduren.”