Op een zo duurzame en milieuvriendelijke wijze teelgrond ontdoen van ziekten en plagen en het biologische evenwicht versterken, dat is uitgangspunt van een project van Thatchtec. Dankzij de begeleiding van TRIAS deed het bedrijf een succesvolle aanvraag voor een MIT-subsidie, bedoeld om de technische en economische haalbaarheid van een nieuw te ontwikkelen product of dienst te toetsen.

Er was een tijd dat teelgrond met behulp van chemische ontsmettingsmiddelen werd gereinigd, een milieuonvriendelijke aanpak die inmiddels tot het verleden behoort. Andere, meer duurzame methoden kwamen ervoor in de plaats. Thatchtec uit Wageningen, eveneens actief op Brightlands Campus Greenport Venlo, heeft nu een biobased oplossing voor bodemontsmetting ontwikkeld: Bodem Resetten.

Fermentatie
Medebestuurder Herman Feil legt uit dat de grondstoffen voor hun product onder andere bestaan uit organisch materiaal afkomstig van bijproducten uit de agro-foodsector. “Onze  specifieke plantaardige mix wordt in de grond ingewerkt. Vervolgens wordt die bodem afgedekt met folie. Daardoor komt er geen zuurstof bij en ontstaat er een fermentatieproces. Waarbij je schadelijke ziekten doodt en het bodemleven zich herstelt. Als dan na een paar weken de folie wordt verwijderd is er weer sprake van een rijke bodem.”

“In eerste instantie kwamen we uit bij een provinciale
subsidie maar dat bleek niet helemaal te passen

Bio Treat Center
Het is een methode, zegt Feil, die je bij ieder gewas kunt toepassen. Hoewel het product zich nog in de beginfase bevindt, wordt het wereldwijd al door meer dan 200 telers toegepast. De meeste zijn actief in Nederland, België, Duitsland en Italië. Feil geeft aan dat nu het moment van verdere commerciële uitwerking is aangebroken. Dat gebeurt deels bij het Bio Treat Center op de Venlose Campus. “We hebben ons daar gevestigd omdat Limburg veel soorten teelt kent waarop we onze technologie kunnen toepassen.”

Succesvol
Via die Venlo-connectie werd ook de link met TRIAS gelegd, maakt Feil duidelijk. “Samen met TRIAS zijn we op zoek gegaan naar een haalbaarheidssubsidie. In eerste instantie kwamen we uit bij een provinciale subsidie maar dat bleek niet helemaal te passen. Vervolgens hebben we ons gericht op de MIT-subsidie en dat was succesvol. Daar kregen we voorjaar 2020 een positieve reactie op.”

“Het fijne is verder dat er heel direct wordt
gecommuniceerd. Dat werkt heel efficiënt

Goed verwoordt
Hij wijst op de bij TRIAS uitgebreid aanwezige expertise en ervaring, maar noemt tevens een ander belangrijk aspect. “Een project goed vertalen richting subsidieverstrekker is zeker ook een van de kwaliteiten van TRIAS. Wij zorgden voor de input, maar vervolgens is het wel zaak dat die goed wordt verwoord naar een aanvraag die aansluit bij wat de verstrekker wil weten. Dat ze de materie kennen is zonder meer ook een deel van hun kracht. Ze zijn op de hoogte van de regelgeving en zien heel snel aanknopingspunten. Het fijne is verder dat er heel direct wordt gecommuniceerd. Dat werkt heel efficiënt.”

Feil kijkt dan ook tevreden terug op het succesvol verlopen traject. En blikt ook al een beetje vooruit. “We gaan nu naar een nieuwe fase. Als er op enig moment weer sprake is van een subsidieaanvraag, dan weten we precies waar we moeten zijn.”