Vindsubsidies is een samenwerking aangegaan met subsidieadviesbureau TRIAS en Subsidievolgsysteem.nl. Subsidieadviesbureau TRIAS zal op termijn verdergaan onder de naam Vindsubsidies, de kantoren in Venlo en Maastricht blijven bestaan. Subsidievolgsysteem.nl zal als digitale dienst blijven bestaan en is een logische aanvulling op het digitale portfolio van Vindsubsidies.

Directeur Henk Heerink: “Na de recente integraties van Boonstoppel en Knippenborg, welke met name mooie synergievoordelen hebben met onze teams NL, EU, Fiscaal en Investeringen, sluit TRIAS naadloos aan bij deze teams en vullen we elkaar ook aan op Database en Publiek. Deze samenwerking past uitstekend in de digitalisering die wij al ingezet hebben. Onze subsidiedatabase is de grootste van Nederland. Met de aanvulling van Subsidievolgsysteem.nl kunnen onze klanten naast inzicht in en over subsidies nu ook lopende aanvragen volledig volgen en administreren.” Meer informatie hierover vind je op www.vindsubsidies.nl/svs.

Met de toevoeging van het klantenportefeuille van TRIAS, in de private en publieke sector, breiden wij geografisch verder uit richting Zuid-Nederland. TRIAS is ook een fullservicebureau dat al bijna 25 jaar een totaalpakket aan diensten aanbiedt. De klanten zullen optimaal lokaal bediend blijven met nog meer kennis en specialisatie. Volgens Ron Coenen, algemeen directeur van TRIAS, sluit de bedrijfsfilosofie en ambitie van Vindsubsidies perfect aan: “Voor onze klanten en toekomstige klanten kunnen we veel synergie halen uit deze samenwerking en het verder toekomstbestendig maken van onze business. We breiden ons team nu uit naar meer dan 100 adviseurs. De ruime ervaring en ambities, ook op digitaal vlak, maakt dat ik veel vertrouwen heb in de toekomst.” Henk beaamt dit: “Voor klanten en onze medewerkers is het fijn dat we groeien, waardoor we meer synergie halen uit onze ervaring. Daarnaast investeren we in systemen die het voor onze klanten makkelijker maken. We vinden het belangrijk om een goede werkgever te zijn en dat onze medewerkers zich continu ontwikkelen. Dat kan door training en kennisuitwisseling en met deze samenwerking komt er weer bijna 25 jaar ervaring binnen. We zijn dan ook blij dat Ron aanblijft als eindverantwoordelijke voor Subsidievolgsysteem.nl.”

Over Vindsubsidies

Vindsubsidies, opgericht in 1997, biedt met consultancy en een reeks aan online producten, waaronder de subsidiedatabase, als enige bureau in Nederland een volledige service op subsidiegebied. Daarmee draagt Vindsubsidies dagelijks bij aan innovatie, vooruitgang en duurzaamheid binnen alle sectoren in Nederland en binnen (internationale) samenwerkingsverbanden. Bij Vindsubsidies werken uitsluitend hoogopgeleide, gespecialiseerde en ervaren consultants waarmee topkwaliteit kan worden geleverd voor het initiëren en managen van subsidieprojecten op regionaal, nationaal en Europees niveau. Vindsubsidies heeft kantoren in Utrecht, Deventer, Enschede, Druten en vanaf heden ook Venlo en Maastricht.

Voor meer informatie over dit persbericht:
Roy Kuipers
Marketing Manager
Roy.Kuipers@vindsubsidies.nl 

 

Aquamarijn Membranes BV ontwikkelt een microzeeftechnologie waarbij met behulp van een innovatief membraan vloeistof kan worden gezeefd. De technologie in combinatie met een ultradun membraan zorgt voor een energiebesparing van 80 tot 90 procent. Dankzij de ondersteuning en het advies van TRIAS werd vorig jaar een MIT R&D-aanvraag ingediend en goedgekeurd.  

Aquamarijn Membranes BV is een start up (opgericht in 2020), die voortkomt uit het in 1994 gestarte Aquamarijn Micro Filtration BV. De start up wordt aangestuurd door Jacob Baggerman. Hij legt uit dat het bedrijf bezig is met de ontwikkeling van een membraan dat kan functioneren als een conventioneel membraan, zonder de nadelen van het oorspronkelijke product. “Dat doen we onder meer met precisiewerk. Alle gaatjes zijn even groot en zijn geplaatst in een strakke verdeling. Verder is het te ontwikkelen membraan ultra dun waardoor er minder vloeistofdruk nodig is.”

Kostenbesparing door Aquamarijn Membranes 

Een ander verschil met het klassieke membraan, zo geeft hij aan, is dat bij de nieuwe technologie gebruik wordt gemaakt roterende membranen terwijl de voeding statisch blijft, dit in tegenstelling tot de gebruikelijke methodes die de vloeistof door het membraan duwen. Volgens Jacob is de nieuwe technologie op diverse manieren toe te passen. “Denk aan celanalyse en celfiltratie, maar bijvoorbeeld ook verneveling of een inhaler. Vanwege de hoge efficiëntie is er minder vloeistof/grondstof nodig en dat zorgt weer voor een kostenbesparing.”

Gericht onderzoek door TRIAS

Om het onderzoeks- en ontwikkelingstraject te kunnen financieren is er onder meer gekeken naar subsidiemogelijkheden. Daarbij werd een beroep gedaan op de kennis en ervaring van TRIAS. “De contacten met TRIAS waren er al voordat Aquamarijn Membranes werd verzelfstandigd”, legt Jacob uit. “Ze hebben een zeer deskundig team met specialisten op allerlei gebieden. Hoewel onze materie voor een buitenstaander heel specifiek en lastig te begrijpen is, hebben ze zich die snel eigen gemaakt. Daardoor konden ze heel gericht kijken naar welke subsidie-aanvragen voor ons kansrijk waren.”

Werk uit handen voor Aquamarijn Membranes 

Hij is zeer te spreken over brede kennis maar eveneens de efficiënte manier van werken van TRIAS. “Na zich in ons bedrijf en product te hebben verdiept, kwamen ze al snel met een goed onderbouwde analyse. Daarmee zijn ze aan de slag gegaan. Door hun gerichte aanpak hebben ze ons veel werk uit handen genomen. We werden voortdurend goed op de hoogte gehouden, ook na de aanvraag.”

Snel en adequaat

Die aanvraag werd in september 2021 ingediend en aan het einde van het jaar goedgekeurd. Het betrof een MIT R&D-aanvraag ingediend bij de provincie Gelderland. Daarmee is de financiële kant voorlopig gedekt, geeft Jacob tot slot aan. “Maar er zal ongetwijfeld een volgende moment voor een subsidie-aanvraag komen. Dan stappen we zonder meer weer naar TRIAS voor de begeleiding. We kennen elkaar nu en weten dat ze net als vorig jaar snel en adequaat zullen reageren.”

Het verbeteren van de kwaliteit en houdbaarheid van producten afkomstig uit bijvoorbeeld de cosmetica, voedingsindustrie en farmaceutica met behulp van micro-encapsulatie, dat is wat IamFluidics doet. Het bedrijf ontstond in 2018 als spin-off van de Universiteit Twente. IamFluidics maakt regelmatig gebruik van de kennis en ervaring van de subsidie adviseurs van TRIAS.

Smaak, kleur en geur behouden of verbeteren en daarnaast de kwaliteit van producten garanderen door bepaalde componenten te beschermen en ze langer houdbaar te maken, heel eenvoudig gesteld is dat waar de activiteiten van IamFluidics op zijn gericht, vertellen mede-oprichter Tom Kamperman en Vasileios Trikalitis. “Vergelijk het met een soort inkjet printen, maar dan sneller. En milieuvriendelijk. We doen dat met microdeeltjes. Microdeeltjes zijn een belangrijke component in onder andere voedsel, farmacie (drug delivery) en cosmetica (crèmes). Er zijn verschillende technieken ontwikkeld voor de productie van microdeeltjes, waaronder spraying, inkjet en emulsificatie. Al deze processen zijn eigenlijk niet optimaal. Zo gaat hoge productiecapaciteit typisch ten koste van de ‘monodispersiteit’ van de deeltjes. Met andere woorden, hoe sneller het productieproces, des te lager de kwaliteit van het eindproduct.”

Jaren onderzoek door IamFluidics

Hun techniek kan op heel brede wijze worden ingezet, maken Tom en Vasileios duidelijk. “De ingekapselde microdeeltjes kunnen worden afgestemd op het product waarvoor ze bedoeld zijn.” Aan de door IamFluidics ontwikkelde technologieën ging een proces van jaren van onderzoek vooraf. Er werd gekeken naar soortgelijke technologieën en samengewerkt met befaamde onderzoeksinstellingen wereldwijd. “En de ontwikkeling blijft doorgaan.”

Complexe materie waar de subsidie adviseurs van TRIAS zich in verdiepen

Om de jaren van onderzoek te kunnen financieren, werd onder diverse malen subsidie aangevraagd. Dat gebeurde altijd in samenwerking met TRIAS, zegt Tom. “TRIAS is feitelijk al vanaf dag één bij ons bedrijf betrokken. Zeker in de beginperiode was hun actieve en onderzoekende houding heel welkom. Wij zijn bezig met een heel complexe materie waar je als buitenstaander niet meteen het fijne van weet. Zij hebben zich er echter meteen in verdiept waardoor ze al snel een goed inzicht in ons bedrijf en werkzaamheden hadden. Zo is er na de eerste subsidieaanvraag een hechte partnerschap ontstaan.”

Hoogste score door de subsidie adviseurs van TRIAS

Dat partnerschap resulteerde in een aantal succesvolle subsidieaanvragen in de afgelopen jaren. Zoals jaarlijks de WBSO, een aantal malen MIT Haalbaarheid en OP-OOST. Tom: “Omdat ze al snel wisten wat er bij ons speelt en ze steeds meer kennis kregen van de ontwikkelde technologieën, weten de mensen van TRIAS goed te verwoorden waar we behoefte aan hebben. De communicatie gaat dan ook prima, de lijnen zijn kort.” Hij geeft vervolgens een voorbeeld van hoe goed de samenwerking is. “Onlangs is er een aanvraag voor een MIT R&D-subsidie gedaan. Die werd niet alleen goedgekeurd, maar behaalde ook nog eens 92,5 van de 100 punten, de hoogste score van alle 25 ingediende aanvragen.”

Inmiddels is er alweer een nieuwe aanvraag goedgekeurd, maken Tom en Vasileios tot slot duidelijk. “Dat betreft een REACT-EU subsidie voor de bouw van een pilot plant. Naast het indienen van aanvragen ondersteunt TRIAS ons overigens ook bij het verantwoorden van onze projecten en subsidies. We werken zo nauw samen dat ze bijna onderdeel van het bedrijf zijn. Iets wat prima bevalt.”

Kijk hem eens blij zijn met zijn taart! Maar wat zijn wij ook trots op hem. Ron Coenen is namelijk afgelopen donderdag tijdens de algemene ledenvergadering van de Limburgse Werkgevers Vereniging benoemd tot voorzitter. Hiermee neemt hij de voorzittershamer over van Giel Braun en is direct de jongste voorzitter in het meer dan 100-jarige bestaan van de vereniging. Ron zal de komende jaren namens de LWV de belangen behartigen van ruim 1.200 Limburgse bedrijven. Daarnaast is hij in het dagelijks leven eigenaar en werkgever bij TRIAS BV en Subsidie Volgsysteem.

Ron Coenen: “ik kijk ernaar uit om de door mijn voorganger ingezette koers van de LWV verder vorm te geven. We staan voor spannende tijden als ondernemers. De arbeidsmarktproblematiek, de energiecrisis en oorlog in Oekraïne zorgen voor onzekere tijden voor onze leden. Uitdagingen die ik graag oppak samen met de staf en de leden van de LWV. Innovatief en inclusief ondernemerschap gaan een grote rol spelen om toekomstbestendig te kunnen blijven ondernemen.”

Lees meer in het persbericht van de LWV.

De Europese Commissie kent €6 miljoen financiering toe aan de Nederlandse startup Hy2Care. Deze financiering stelt Hy2Care in staat om haar klinische studies af te ronden en Europese goedkeuring te verkrijgen voor optimale kraakbeenreparatie middels haar baanbrekende hydrogel. Het bedrijf ontvangt de financiering via het European Innovation Council (EIC) Accelerator-programma.

De EIC-Accelerator is een zeer competitief programma van de Europese Commissie dat financiering en coaching biedt aan innovatieve bedrijven met een schaalbare propositie en wereldwijd potentieel. In de laatste ronde van het programma is slechts 7% van de ingediende aanvragen gehonoreerd. TRIAS is trots dat het samen met Hy2care deze unieke prestatie heeft mogen behalen. Hy2care is één van de slechts vijf Nederlandse gelukkigen binnen deze ronde.Toekomstbestendig-Nederland-subsidie-TRIAS-injecteerbare-hydrogelprocedure-hy2care

Prof.dr. Marcel Karperien ontwikkelde samen met zijn Developmental BioEngineering-groep aan de Universiteit Twente de Hy2Care hydrogel technologie, met als doel regeneratie van beschadigd kraakbeen mogelijk te maken. De gel is gebaseerd op natuurlijke componenten, die direct geleren in het kraakbeendefect na chirurgische injectie. De hydrogel sluit het defect direct af en bevordert de lichaamseigen regeneratie van nieuw, natuurlijk kraakbeenweefsel. Het lichaam breekt de gel na verloop van tijd af, waarna het eigen gemaakte kraakbeen overblijft. Hy2Care is onlangs gestart met haar klinische First in Human studie in het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU).

Juryleden van de verschillende EIC-beoordelingsrondes beoordeelden de hydrogel als een disruptieve technologie die het potentieel heeft om de zorg voor patiënten met kraakbeendefecten fundamenteel te transformeren. Met een stijgende levensverwachting en een groeiend aantal mensen dat last heeft van gewrichtsschade, achtte de jury het maatschappelijk belangrijk om de ontwikkeling van de Hy2Care hydrogel te versnellen.

“We zijn erg trots op deze steun van het prestigieuze EIC Accelerator-programma. Deze financiering helpt ons de ontwikkeling van onze hydrogel te versnellen en brengt de beschikbaarheid voor patiënten een grote stap dichterbij.” zegt Leo Smit, CEO van Hy2Care.

Over Hy2care

Het in 2014 opgerichte Hy2Care is een spin off van het TechMed Centre van de Universiteit Twente in Enschede. Van de oorspronkelijke oprichters werken prof. dr. Marcel Karperien en dr. Sanne Both nog altijd binnen het bedrijf.

De unieke injecteerbare hydrogel-techniek van Hy2Care is ontwikkeld door prof. dr. Marcel Karperien en zijn team van de Developmental BioEngineering groep aan de Universiteit Twente. Verschillende octrooien beschermen de nieuwe techniek. Kraakbeenreparatie in de knie is de eerste toepassing die nu via de “ACTIVE” studie bij een groep patiënten onderzocht wordt. Het gebruik in andere gewrichten en verdere (orthopedische) toepassingen bevinden zich in een vroege onderzoeksfase.

In 2019 ontving Hy2Care een zogenaamde Series-A investering van € 3,7 miljoen, geleid door Brightlands Venture Partners en met steun van ReumaNederland. De algemeen directeur, Leo Smit, kwam bij het bedrijf. Het team werd uitgebreid met onder andere Sanna Severins als operationeel directeur. Het doel van de Series A-investering is om de hydrogel-techniek door te ontwikkelen en onderzoek bij mensen te starten. Daarnaast wordt een apart product voor veterinaire toepassingen ontwikkeld.

Hy2Care maakt gebruik van faciliteiten op de Universiteit van Twente in Enschede, en beschikt over een laboratorium en kantoor op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen.

De gemeente Leudal is sinds 2018 dementievriendelijke gemeente. Dat betekent dat allerlei activiteiten en maatregelen worden genomen om inwoners met (beginnende) dementie zo lang mogelijk volwaardig in de maatschappij te laten meedoen. Onderzoek moet aantonen hoe dat in elk van de 16 kernen dient te worden ingevuld. TRIAS ondersteunde en begeleidde een aanvraag voor subsidie voor dat onderzoek.

Lonneke Linden, beleidsmedewerker Sociaal Domein bij de gemeente Leudal, begint met uit te leggen dat het programma ‘Dementievriendelijk Leudal’ een samenwerking is tussen de gemeente en een groot aantal partners in de zorg en welzijn. “We hebben al het een en ander kunnen realiseren, maar merkten dat het accent steeds op bepaalde kernen lag. We zijn echter een uitgestrekte gemeente met 16 kernen en we willen graag weten hoe we alle kernen erbij kunnen betrekken. Bovendien willen we per kern de behoeften inventariseren. Dat doen we onder meer door de dorpsraden erbij te betrekken, maar bijvoorbeeld ook verenigingen en mantelzorgers. We hopen door de lijnen kort te houden zo veel mogelijk input te krijgen.” Hiermee loopt de gemeente Leudal voor ten opzichte van andere gemeenten.

Projectplan

Inmiddels is er een projectplan opgesteld, vertelt ze, als voorbereiding op de uitvoeringsfase. “We gaan de dorpsraden benaderen met een vragenlijst. We willen zo een aantal zaken inzichtelijk maken. Zijn we op voldoende locaties actief? Hoe is de bereikbaarheid en hoe is het vervoer geregeld? Zijn de activiteiten laagdrempelig? Dat soort zaken.” Voor het voorbereiden en opstellen van dat projectplan deed de gemeente Leudal met succes een aanvraag voor een ZonMw-subsidie.

Vaste contactpersoon

De aanvraag werd ondersteund en begeleid door TRIAS. “Daar werken we al jaren mee samen”, maakt Lonneke duidelijk. “We hebben een vaste contactpersoon die voor ons klaar staat wanneer het nodig is.” Dat bleek nu ook weer het geval, vertelt ze, ondanks de korte termijn waarop de aanvraag ingediend moest zijn. “Onze contactpersoon heeft meteen de agenda vrij gemaakt. Het is erg prettig om een partij als TRIAS als partner te hebben, vanwege de jarenlange ervaring, brede kennis en omdat ze meedenken en zich in de klant kunnen inleven.”

Avonduren

Het eerste contact met betrekking tot de ZonMw-subsidie was half januari, begin februari moest de aanvraag ingediend worden. Lonneke glimlacht; “Dat was dus een heel korte termijn. Maar er werd vanuit TRIAS snel geschakeld, de eerste input kwam vrijwel meteen en we besloten beiden er voluit voor te gaan. Dat betekende onder meer ook soms in de avonduren werken, maar daar had niemand moeite mee.” Met als gevolg dat de aanvraag tijdig klaar was en uiteindelijk met succes kon worden ingediend. “Dankzij die subsidie kunnen we nu alle behoeftes in kaart brengen en ons nog beter profileren als dementievriendelijke gemeente. Half mei zullen we met de eerste vijf kernen beginnen en dat breiden we vervolgens hopelijk uit naar de andere kernen.” Ook staat Leudal er voor open om andere gemeenten te ondersteunen bij het toe werken naar een dementievriendelijke gemeente, door bijvoorbeeld een blauwdruk aan te bieden.

Eindelijk is het weer zover, het operationeel programma zuid – oftewel OPZuid – opent weer. Het subsidie programma is op zoek naar innovatie ontwikkelprojecten, livings labs, demonstratie of vernieuwende interregionale en internationale waardenketens. De eerste call opent op 12 september en sluit op 4 november. Gezien de aanlooptijd is het verstandig om reeds te beginnen met de voorbereidingen. Komt dit te vroeg? Wees dan niet getreurd want de komende jaren volgen er meer openstellingen.

Projecten die kans willen maken op maximaal € 1 miljoen subsidie moeten aansluiten bij één van de vijf transities. Deze zijn als volgt: landbouw & voeding, energie, gezondheid, klimaat en grondstoffen. Daarnaast moeten projecten een bijdrage leveren aan de regionale kracht op het gebied van economie, ondernemerschap en innovatie. Tot en met 2025 zal er binnen het OPZuid-programma ieder jaar een voorjaar- en najaar openstelling zijn.

Energie
Bij de energietransitie wordt ingezet op een hoger aandeel hernieuwbare energie en toekomstbestendige en betrouwbare energiesystemen. Kerngedachte hierbij is een tweesnijdend zwaard: structuurversterking via open innovatie én maatschappelijke impact. Dit moet uiteindelijk bijdragen aan het doel om in 2030 de broeikasgassen met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Het stelsel van energiesystemen in de vorm van transport van elektronen, moleculen, en warmte en opslag daarvan zal, om de benodigde flexibiliteit te bieden, steeds meer verwevenheid moeten gaan vertonen.

In de call voor 2022 ligt de focus voornamelijk op duurzame energieopwekking, met opslag, conversie en slimme uitwisseling met het net. Daarnaast kunnen er ook projecten ingediend worden op het gebied van een duurzaam en smart lokaal/regionaal energiesysteem. In aanmerking komende projecten richten zich op lokale energiecoöperaties, warmtenet ontwikkeling, ontwikkeling van warmtebronnen, testen en uitrol van nieuwe vormen van duurzame opwekking in de gebouwde omgeving, smart energy en slimme opslagsystemen.

Klimaat
In de klimaattransitie swordt ingezet op water, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en hittestress. Kerngedachte hierbij is een tweesnijdend zwaard: structuurversterking via open innovatie én maatschappelijke impact. Dit moet uiteindelijk bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering door mitigatiemaatregelen en adaptatiemaatregelen.

In de call voor 2022 ligt de focus voornamelijk op water tekort & droogte van het landelijk gebied en waterveiligheid & -overlast voor het stedelijk gebied. Klimaatverandering heeft veel consequenties voor het functioneren van het landelijk gebied. Daarom richt de openstelling voor landelijk gebied zich onder andere op innovaties die bijdragen aan een dynamisch watersysteem, ondergronds en bovengronds zoetwater berging, efficiënte irrigatie technieken en het vasthouden van water in agrarisch gebied/bodem. Wat betreft waterveiligheid en wateroverlast in het stedelijk gebied gaat het voornamelijk om een dynamisch watersysteem, vertragen van water op hellingen en beekdalen, innovatieve oplossingen voor de beekdalen en burgers weerbaar maken tegen wateroverlast. Innovatie wordt binnen deze onderwerpen breder opgevat dan alleen technologische vernieuwing.

Agrofood
Bij de landbouw- en voedingstransitie staat centraal gezondheid en veilig voedsel, landbouw in balans met omgeving, tegengaan van verspilling en het benutten en verwaarden reststromen, alternatieve teelt en de eiwittransitie. Kerngedachte hierbij is een tweesnijdend zwaard: structuurversterking via open innovatie én maatschappelijke impact. Dit moet uiteindelijk bijdragen aan een duurzame landbouw en voedselproductie in balans met de omgeving en het voorkomen van (voedsel)verspilling in de hele keten.

In de call voor 2022 ligt de focus voornamelijk op smart farming & precisielandbouw, duurzame verwaarding van reststromen en technologieontwikkeling en opschaling van de voedselverwerkingsindustrie in het kader van de eiwittransitie. Bij het eerste onderwerp kan gedacht worden aan integrale hightech oplossingen voor landbouw in balans met de omgeving, op verschillende schaalniveaus, en hieraan gerelateerde nieuwe verdienmodellen. Bij duurzame verwaarding betreft het nieuwe verwerkingstechnologieën, sociale innovatie en toepassingen voor reststromen die goed beschikbaar zijn vanuit teelten. Bij de eiwittransitie staat de technologieontwikkeling centraal om de opschaling van de voedselverwerkingsindustrie voor niet-dierlijke eiwitten, voedingsmiddelen- en eiwitefficiëntie.

Gezondheid
De gezondheidstransitie richt zich op predictie, preventie, personalisatie, participatie en regeneratieve geneeskunde. Kerngedachte is een tweesnijdend zwaard: structuurversterking via open innovatie én maatschappelijke impact. Dit moet uiteindelijk bijdragen in het doel dat Nederlanders in 2040 minstens vijf jaar langer gezond leven en dat de gezondheidsverschillen tussen groepen mensen afnemen.

In de call in 2022 ligt de focus voornamelijk op preventie en behandelmethoden en technieken voor gepersonaliseerde zorg. Bij preventie kunnen projecten gaan om vroege behandeling, gezonde voeding, patiënt en data monitoring en data gestuurde zorg. Personalisatie gaat om targeted delivery (celtherapie), therapie op maat (biomarkers), 3D printen van medicijnen en eHealth.

Grondstoffen
Bij de grondstoffentransitie ligt de focus op de circulaire maakindustrie en bouwsector, gebruikscyclus met een focus op materialen, bouwmethoden en smart industry. Uitgangspunten zijn: grondstoffen worden efficiënt ingezet en hergebruikt; mochten er nieuwe grondstoffen nodig zijn dan worden deze duurzaam gewonnen en dienen deze biobased te zijn; en producten worden slim ontworpen zodat ze kunnen worden hergebruikt. Mogelijke projecten hebben raakvlakken met circulair design, ontwikkeling en toepassing van biobased grondstoffen en materialen, nieuwbouw, renovatie, transformatie, technologie en machine ontwikkeling voor circulaire bouw, circulaire bouwmethoden nieuwe circulaire businessmodellen.

Aanvragers
Sterke projecten richten zich op de ontwikkeling van diensten en producten door het mkb, waar mogelijk in samenwerking met partners in de triple-helix. Aanvragende organisaties zijn dan ook bedrijven en kennisinstellingen. Maar ook overheden (gemeentes), energie- en burgercoöperaties, ESCO’s, zorg- en welzijnssector, agrarische ondernemers, voedselproducerende bedrijven, waterschappen, campussen en valorisatieorganisaties kunnen participeren. Projecten moeten aantoonbaar bijdragen aan de energietransitie door minimaal op lokaal niveau impact te genereren. Een project biedt meerwaarde als het de gehele keten (toeleverketen en de eindafnemers/gebruikers) betrekt om maximale synergie te creëren. Bij technologische innovatie wordt verwacht dat de innovatie dicht tegen demonstratie en commercialisatie aan zit.

Wil je sparren over de geschiktheid van jouw project? Neem dan contact op met TRIAS via 077-3560100 of info@trias-subsidie.nl om uw casus aan ons voor te leggen!

Het traditionele theezakje lijkt zijn langste tijd te hebben gehad. Er zit plastic in en is dus niet duurzaam. Het bedrijf Faeïg ontwikkelt als alternatief de biologisch afbreekbare theestick. Het bedrijf is hier al een tijdje mee bezig, het voortraject werd echter een tijdlang zonder subsidiesteun uitgevoerd. Toen die wel nodig was, bleek TRIAS al snel de ideale partner om een subsidietraject mee in te gaan.

Onderzoeken, innoveren en verduurzaming, Thijs Gipmans en Ruud Hendrikx, hebben er jarenlang ervaring mee. Ervaring waarop ze konden terugvallen bij de start van Faeïg in 2019. Uitgangspunt voor het opzetten van de start up was de internationale ambitie om alleen maar thee- en koffieverpakkingen te produceren die duurzaam zijn en dus geen schade toebrengen aan mens en milieu. “De thee-industrie werkt inmiddels met bioplastic. Dat klinkt mooi, maar dat is materiaal dat alleen industrieel afbreekbaar is. Wij zijn een stap verder gegaan en hebben alleen volledig natuurlijke grondstoffen gebruikt die thuis afbreekbaar zijn.”

Belangstelling

Thijs en Ruud maken daarmee onderdeel uit van een beweging waarbij plastic – van wattenstaafjes tot rietjes en nog veel meer – in de ban wordt gedaan. Ze maken duidelijk dat dit voor de traditionele thee-industrie een behoorlijke opgave is. “Voor het maken van een volledig afbreekbaar product zoals het onze zouden theeproducenten nieuwe machines moeten aanschaffen. Machines die bovendien niet de productiesnelheid halen van de huidige.” Hun product, geven Thijs en Ruud aan, wordt echter wel met belangstelling gevolgd door de theeproducenten. Er is tevens contact met diverse partijen. Waardering is er ook. In 2020 won Faeïg bijvoorbeeld de juryprijs tijdens BL.INC, de accelerator van de Brightlands Campus Greenport Venlo voor ondernemers die willen innoveren op het gebied van gezonde en veilige voeding, future farming of biocirculaire economie.

Beste kandidaat

Momenteel is er een prototype van de biologische theestick. Die zal de komende tijd kleinschalig worden getest. De weg van eerste stap tot dat prototype deed Faeïg in eerste instantie zonder subsidies, merkt Thijs op. “We wilden in die periode vooral zelfstandig aan het project werken, niet te veel afhankelijk van anderen zijn.” Vorig jaar kwam echter het moment dat naar subsidiemogelijkheden werd gekeken. Ruud: “Daar zochten we een partner voor die ons bij het traject kon begeleiden. We hebben drie partijen uitgenodigd, onder wie TRIAS. Zij kwamen al vlug als beste kandidaat uit de bus.”

Twee subsidie aanvragen

Niet alleen vanwege de brede kennis en ervaring die volgens Thijs en Ruud bij TRIAS aanwezig is. “Er was meteen ook een goed gevoel en dat is alleen maar sterker geworden. Ze verdiepen zich uitgebreid in de materie waarmee wij bezig zijn waardoor ze zich al snel heel goed in ons wisten te verplaatsen. Vragen ook door als er iets niet helemaal duidelijk is. Er ontstond een prima wisselwerking; TRIAS en wij voelen en vullen elkaar goed aan.” Faeïg deed daardoor in 2021 vol vertrouwen twee subsidieaanvragen: Limburgtoekomstbestendig van het LIOF en daarna een MIT R&D-subsidie.

Beide subsidies werden toegekend waarmee Faëig goed beslagen de testfase in kan gaan. Thijs en Ruud laten weten voorlopig geen nieuw subsidietraject in te hoeven gaan. “We zijn voorlopig voorzien. Maar als er in het vervolg wordt gekeken naar subsidiemogelijkheden, dan weten we TRIAS snel weer te vinden.”

Het nieuwe Europese kaderprogramma is inmiddels weer een jaartje onderweg, dus dit leek onze collega Timo een mooi moment voor een opfrisser: wat speelt er in het Europese subsidielandschap?

Het subsidielandschap in Europa zit heel complex in elkaar gezien de focus op het herstellen van de pandemie, het aanpakken van de klimaatverandering, het verwezenlijken van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN en het stimuleren van het algehele concurrentievermogen en groei van de EU. Het doel van dit artikel is dan ook om op een begrijpelijke wijze een overzicht te maken van de meest relevante subsidiemogelijkheden binnen het belangrijkste Europese financieringsprogramma voor onderzoek en innovatie: Horizon Europe.

Wat is Horizon Europe?

Horizon Europe maakt deel uit van het meerjarig financieel kader (MFK) voor de lange termijn van de EU met een budget van € 95,5 miljard voor een periode van zeven jaar (2021-2027). Met Horizon Europe wil de Europese Commissie de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de academische wereld faciliteren en daarmee de impact van onderzoek en innovatie bij het ontwikkelen, ondersteunen en uitvoeren van EU-beleid en het aanpakken van bovengenoemde mondiale uitdagingen vergroten zodat men voor een digitale, groene, gezonde, inclusieve en veerkrachtige toekomst voor iedereen in Europa kan zorgen.

De structuur van Horizon Europe:

Horizon Europe is verdeeld in drie pijlers, die overeenkomen met de belangrijkste prioriteiten.

  • De pijler “Wetenschap op topniveau” heeft het doel om het mondiale wetenschappelijke concurrentievermogen van de EU te vergroten. Het ondersteunt grensverleggende onderzoeksprojecten die door toponderzoekers zelf via de Europese Onderzoeksraad (‘European Research Council’) zijn gedefinieerd en aangestuurd, financiert beurzen voor postdoctorale onderzoekers, netwerken voor doctoraatsopleidingen en uitwisselingen voor onderzoekers via Marie Skłodowska-Curie-acties, en investeert in onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse.
  • De pijler “Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen” ondersteunt onderzoek met betrekking tot maatschappelijke uitdagingen en versterkt de technologische en industriële capaciteiten door middel van zes clusters. Het stelt EU-missies met ambitieuze doelstellingen om enkele van onze grootste problemen aan te pakken. Het omvat ook activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (‘Joint Research Centre’), dat europese- en nationale beleidsmakers ondersteunt met onafhankelijk wetenschappelijk bewijs en technische ondersteuning.
  • De pijler “Innovatief Europa” heeft het doel om van Europa een voorloper te maken op het gebied van marktcreërende innovatie en ecosystemen via de Europese Innovatieraad (‘European Innovation Council – EIC’) en Europese innovatie-ecosystemen. Het draagt ook bij tot de ontwikkeling van het algemene Europese innovatielandschap via het Europese Instituut voor Innovatie en Technologie (‘European Institute of Innovation and Technology – EIT’), dat de integratie van de kennisdriehoek van onderwijs, onderzoek en ondernemerschap rond een gezamenlijk doel van innovatie bevordert.

Horizon-Europe-Programma-TRIAS-Subsidie

Strategische plan van Horizon Europe:

Het eerste strategisch plan heeft betrekking op de jaren 2021-2024 en bevat overkoepelende strategische oriëntaties voor de desbetreffende EU-investeringen in onderzoek en innovatie. In dit strategisch plan worden vier belangrijke strategische oriëntaties gedefinieerd:

  • Het bevorderen van een open strategische autonomie door leiding te geven aan de ontwikkeling van belangrijke digitale, ontsluitende en opkomende technologieën, sectoren en waardeketens om de digitale en groene transities te versnellen en te sturen door middel van mensgerichte technologieën en innovaties.
  • Herstel van Europa’s ecosystemen en biodiversiteit, en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen om voedselzekerheid en een schoon en gezond milieu te waarborgen.
  • Van Europa de eerste digitaal ondersteunde circulaire, klimaatneutrale en duurzame economie maken door de transformatie van haar mobiliteits-, energie-, bouw- en productiesystemen.
  • Het creëren van een veerkrachtigere, inclusievere en democratischere Europese samenleving, voorbereid en reagerend op bedreigingen en rampen, het aanpakken van ongelijkheden en het bieden van hoogwaardige gezondheidszorg, en het in staat stellen van alle burgers om te handelen in de groene en digitale transities.

Elk van deze strategische oriëntaties omvat drie tot vier sectoroverschrijdende impactgebieden (‘impact areas’), die op hun beurt verband houden met een aantal verwachte effecten (‘expected impacts’). Deze verwachte effecten worden gestructureerd in de zes clusters die deel uitmaken van de tweede pijler en bepalen de bredere effecten op de samenleving, de economie en de wetenschap waarop de onderzoeks- en innovatieactiviteiten zich moeten richten. In totaal definieert het strategisch plan 32 verwachte effecten die een breed scala aan sociale, economische, ecologische en wetenschappelijke ambities bestrijken. Maar deze verwachte effecten bepalen echter niet de manier waarop deze ambities moeten worden bereikt; dat is namelijk aan jullie – de onderzoekers en ondernemers – bij het ontwerpen van impact-gedreven projectvoorstellen die aansluiten bij de verwachte uitkomsten (‘expected outcomes’) die van cruciaal belang zijn voor het bereiken van een dergelijk effect en worden omschreven in de topics (‘Call for Proposal’) in het Funding and Tenders Portal.

EU-missies en Horizon Europe

Daarnaast identificeert het strategisch plan ook een nieuw onderdeel onder Horizon Europe: de EU-missies. Deze missies zijn een nieuwe manier om concrete oplossingen te vinden voor enkele van onze grootste uitdagingen. Daarom hebben de vijf missies ambitieuze doelstellingen en zullen tegen 2030 concrete resultaten moeten opleveren. De missies zullen dus een daadwerkelijk én blijvend effect moeten creëren door onderzoek en innovatie een nieuwe rol te geven en door burgers te betrekken om zo de transformatie naar een meer digitaal, groener, gezonder, inclusiever en veerkrachtiger Europa te ondersteunen.

Meer gekwantificeerd moeten de vijf missies tegen 2030 oplossingen voor de volgende grote wereldwijde uitdagingen opleveren:

  1. Aanpassing aan de klimaatverandering: Steun ten minste 150 Europese regio’s en gemeenschappen om tegen 2030 klimaatbestendig te worden;
  2. De bestrijding van kanker: Samenwerken met het Europese kankerbestrijdingsplan om het leven van meer dan 3 miljoen mensen tegen 2030 te verbeteren door middel van preventie, genezing en oplossingen om langer en beter te leven;
  3. Herstel onze oceaan, zeëen en wateren tegen 2030;
  4. 100 klimaatneutrale, greune en slimme steden tegen 2030;
  5. Een bodemdeal voor Europa: 100 proeftuinen en showcases worden in het leven geroepen om de transitie naar een gezonde bodem en voeding in 2030 te leiden.

Mijn tips

Kijk eens rond op het Funding & Tenders portal en schrijf je om te beginnen in als potentiële partner bij een Call. Zo kun je wellicht al op een vrij toegankelijke manier kennismaken met het reilen en zeilen van Horizon Europe. Mocht je willen besluiten om de zoektocht te intensifiëren en daadwerkelijk een aanvraag in te gaan dienen, richt je dan uitsluitend op de Calls waar je écht het verschil kunt maken met jouw specifieke knowhow, expertise, team, onderzoek en innovatie. Streef dan vooral naar het zo duidelijk mogelijk in beeld krijgen van meetbare resultaten in termen van bedrijfsresultaten, innovatieprestaties en disruptieve technologische oplossingen die aansluiten bij de verwachte uitkomsten en impacts gevraagd in de Calls. Let wel, alleen een sterk consortium bestaande uit geselecteerde partners verspreid over Europa kan de gevraagde uitmuntendheid en impact op tijd en binnen budget leveren; dus richt je al vanaf het begin op het juiste gesprek met de juiste partners!

Meer informatie?

Wilt u meer weten of sparren over op welke wijze u met uw project wellicht kunt bijdragen aan de Europese uitdagingen? Of hoe je zoekt naar de juiste call? Neem dan contact op met Timo Versteegen (06 4255 1040 of timo@trias-subsidie.nl) voor een kop koffie op ons kantoor op de Brightlands Health Campus in Maastricht.

Vanaf volgende week maandag 9 mei komt er een nieuwe subsidieregeling beschikbaar de aanschaf van een nieuwe, volledig emissieloze (uitstootvrije) vrachtauto stimuleert. Naast dat de vrachtwagen nieuw moet zijn moet deze behoren tot de voertuigcategorie N3 of N2 en meer wegen dan 4.250 kg. Een vrachtauto wordt als nieuw beschouwd wanneer de datum eerste toelating, de datum tenaamstelling en de  datum waarop de vrachtwagen voor het eerst op kenteken is geregistreerd gelijk zijn.

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het type onderneming en voertuig. Dit varieert van 12,% tot 37% en met een maximum van € 17.800 tot € 131.900 per voertuig. Aanvragen kunnen ingediend worden door ondernemingen of non-profitinstellingen. Uitgesloten zijn provincies, gemeenten, waterschappen en openbaar lichamen. Per ondernemingen mogen er maximaal 20 aanvragen per kalenderjaar ingediend worden.

Binnen de regeling is het mogelijk de subsidie aan te vragen voor zowel een koop- of financial-leaseovereenkomst zonder onherroepelijke verplichtingen. Let op dat de vrachtwagen nog niet aangekocht mag zijn op het moment van subsidie aanvragen. Wel mag er een overeenkomst zijn met daarin een herroepelijke bepaling. Er moet namelijk een overeenkomst meegestuurd worden die nog niet definitief is. Bij operationeel lease moet de leasemaatschappij de subsidie aanvragen.

Naast AanZET (Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks) subsidie mag ook de MIA aangevraagd worden. Hiermee kan nog een extra fiscaal voordeel verkregen worden.

Nadat de subsidie verkregen is moet de gekochte vrachtauto minimaal vier jaar op naam (of met een verstrekkingsvoorbehoud op naam) van de subsidieontvanger blijven staan.

Meer weten over deze regeling? Neem dan contact met ons op.