Het nieuwe Europese kaderprogramma is inmiddels weer een jaartje onderweg, dus dit leek onze collega Timo een mooi moment voor een opfrisser: wat speelt er in het Europese subsidielandschap?

Het subsidielandschap in Europa zit heel complex in elkaar gezien de focus op het herstellen van de pandemie, het aanpakken van de klimaatverandering, het verwezenlijken van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN en het stimuleren van het algehele concurrentievermogen en groei van de EU. Het doel van dit artikel is dan ook om op een begrijpelijke wijze een overzicht te maken van de meest relevante subsidiemogelijkheden binnen het belangrijkste Europese financieringsprogramma voor onderzoek en innovatie: Horizon Europe.

Wat is Horizon Europe?

Horizon Europe maakt deel uit van het meerjarig financieel kader (MFK) voor de lange termijn van de EU met een budget van € 95,5 miljard voor een periode van zeven jaar (2021-2027). Met Horizon Europe wil de Europese Commissie de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de academische wereld faciliteren en daarmee de impact van onderzoek en innovatie bij het ontwikkelen, ondersteunen en uitvoeren van EU-beleid en het aanpakken van bovengenoemde mondiale uitdagingen vergroten zodat men voor een digitale, groene, gezonde, inclusieve en veerkrachtige toekomst voor iedereen in Europa kan zorgen.

De structuur van Horizon Europe:

Horizon Europe is verdeeld in drie pijlers, die overeenkomen met de belangrijkste prioriteiten.

  • De pijler “Wetenschap op topniveau” heeft het doel om het mondiale wetenschappelijke concurrentievermogen van de EU te vergroten. Het ondersteunt grensverleggende onderzoeksprojecten die door toponderzoekers zelf via de Europese Onderzoeksraad (‘European Research Council’) zijn gedefinieerd en aangestuurd, financiert beurzen voor postdoctorale onderzoekers, netwerken voor doctoraatsopleidingen en uitwisselingen voor onderzoekers via Marie Skłodowska-Curie-acties, en investeert in onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse.
  • De pijler “Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen” ondersteunt onderzoek met betrekking tot maatschappelijke uitdagingen en versterkt de technologische en industriële capaciteiten door middel van zes clusters. Het stelt EU-missies met ambitieuze doelstellingen om enkele van onze grootste problemen aan te pakken. Het omvat ook activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (‘Joint Research Centre’), dat europese- en nationale beleidsmakers ondersteunt met onafhankelijk wetenschappelijk bewijs en technische ondersteuning.
  • De pijler “Innovatief Europa” heeft het doel om van Europa een voorloper te maken op het gebied van marktcreërende innovatie en ecosystemen via de Europese Innovatieraad (‘European Innovation Council – EIC’) en Europese innovatie-ecosystemen. Het draagt ook bij tot de ontwikkeling van het algemene Europese innovatielandschap via het Europese Instituut voor Innovatie en Technologie (‘European Institute of Innovation and Technology – EIT’), dat de integratie van de kennisdriehoek van onderwijs, onderzoek en ondernemerschap rond een gezamenlijk doel van innovatie bevordert.

Horizon-Europe-Programma-TRIAS-Subsidie

Strategische plan van Horizon Europe:

Het eerste strategisch plan heeft betrekking op de jaren 2021-2024 en bevat overkoepelende strategische oriëntaties voor de desbetreffende EU-investeringen in onderzoek en innovatie. In dit strategisch plan worden vier belangrijke strategische oriëntaties gedefinieerd:

  • Het bevorderen van een open strategische autonomie door leiding te geven aan de ontwikkeling van belangrijke digitale, ontsluitende en opkomende technologieën, sectoren en waardeketens om de digitale en groene transities te versnellen en te sturen door middel van mensgerichte technologieën en innovaties.
  • Herstel van Europa’s ecosystemen en biodiversiteit, en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen om voedselzekerheid en een schoon en gezond milieu te waarborgen.
  • Van Europa de eerste digitaal ondersteunde circulaire, klimaatneutrale en duurzame economie maken door de transformatie van haar mobiliteits-, energie-, bouw- en productiesystemen.
  • Het creëren van een veerkrachtigere, inclusievere en democratischere Europese samenleving, voorbereid en reagerend op bedreigingen en rampen, het aanpakken van ongelijkheden en het bieden van hoogwaardige gezondheidszorg, en het in staat stellen van alle burgers om te handelen in de groene en digitale transities.

Elk van deze strategische oriëntaties omvat drie tot vier sectoroverschrijdende impactgebieden (‘impact areas’), die op hun beurt verband houden met een aantal verwachte effecten (‘expected impacts’). Deze verwachte effecten worden gestructureerd in de zes clusters die deel uitmaken van de tweede pijler en bepalen de bredere effecten op de samenleving, de economie en de wetenschap waarop de onderzoeks- en innovatieactiviteiten zich moeten richten. In totaal definieert het strategisch plan 32 verwachte effecten die een breed scala aan sociale, economische, ecologische en wetenschappelijke ambities bestrijken. Maar deze verwachte effecten bepalen echter niet de manier waarop deze ambities moeten worden bereikt; dat is namelijk aan jullie – de onderzoekers en ondernemers – bij het ontwerpen van impact-gedreven projectvoorstellen die aansluiten bij de verwachte uitkomsten (‘expected outcomes’) die van cruciaal belang zijn voor het bereiken van een dergelijk effect en worden omschreven in de topics (‘Call for Proposal’) in het Funding and Tenders Portal.

EU-missies en Horizon Europe

Daarnaast identificeert het strategisch plan ook een nieuw onderdeel onder Horizon Europe: de EU-missies. Deze missies zijn een nieuwe manier om concrete oplossingen te vinden voor enkele van onze grootste uitdagingen. Daarom hebben de vijf missies ambitieuze doelstellingen en zullen tegen 2030 concrete resultaten moeten opleveren. De missies zullen dus een daadwerkelijk én blijvend effect moeten creëren door onderzoek en innovatie een nieuwe rol te geven en door burgers te betrekken om zo de transformatie naar een meer digitaal, groener, gezonder, inclusiever en veerkrachtiger Europa te ondersteunen.

Meer gekwantificeerd moeten de vijf missies tegen 2030 oplossingen voor de volgende grote wereldwijde uitdagingen opleveren:

  1. Aanpassing aan de klimaatverandering: Steun ten minste 150 Europese regio’s en gemeenschappen om tegen 2030 klimaatbestendig te worden;
  2. De bestrijding van kanker: Samenwerken met het Europese kankerbestrijdingsplan om het leven van meer dan 3 miljoen mensen tegen 2030 te verbeteren door middel van preventie, genezing en oplossingen om langer en beter te leven;
  3. Herstel onze oceaan, zeëen en wateren tegen 2030;
  4. 100 klimaatneutrale, greune en slimme steden tegen 2030;
  5. Een bodemdeal voor Europa: 100 proeftuinen en showcases worden in het leven geroepen om de transitie naar een gezonde bodem en voeding in 2030 te leiden.

Mijn tips

Kijk eens rond op het Funding & Tenders portal en schrijf je om te beginnen in als potentiële partner bij een Call. Zo kun je wellicht al op een vrij toegankelijke manier kennismaken met het reilen en zeilen van Horizon Europe. Mocht je willen besluiten om de zoektocht te intensifiëren en daadwerkelijk een aanvraag in te gaan dienen, richt je dan uitsluitend op de Calls waar je écht het verschil kunt maken met jouw specifieke knowhow, expertise, team, onderzoek en innovatie. Streef dan vooral naar het zo duidelijk mogelijk in beeld krijgen van meetbare resultaten in termen van bedrijfsresultaten, innovatieprestaties en disruptieve technologische oplossingen die aansluiten bij de verwachte uitkomsten en impacts gevraagd in de Calls. Let wel, alleen een sterk consortium bestaande uit geselecteerde partners verspreid over Europa kan de gevraagde uitmuntendheid en impact op tijd en binnen budget leveren; dus richt je al vanaf het begin op het juiste gesprek met de juiste partners!

Meer informatie?

Wilt u meer weten of sparren over op welke wijze u met uw project wellicht kunt bijdragen aan de Europese uitdagingen? Of hoe je zoekt naar de juiste call? Neem dan contact op met Timo Versteegen (06 4255 1040 of timo@trias-subsidie.nl) voor een kop koffie op ons kantoor op de Brightlands Health Campus in Maastricht.

Vanaf volgende week maandag 9 mei komt er een nieuwe subsidieregeling beschikbaar de aanschaf van een nieuwe, volledig emissieloze (uitstootvrije) vrachtauto stimuleert. Naast dat de vrachtwagen nieuw moet zijn moet deze behoren tot de voertuigcategorie N3 of N2 en meer wegen dan 4.250 kg. Een vrachtauto wordt als nieuw beschouwd wanneer de datum eerste toelating, de datum tenaamstelling en de  datum waarop de vrachtwagen voor het eerst op kenteken is geregistreerd gelijk zijn.

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het type onderneming en voertuig. Dit varieert van 12,% tot 37% en met een maximum van € 17.800 tot € 131.900 per voertuig. Aanvragen kunnen ingediend worden door ondernemingen of non-profitinstellingen. Uitgesloten zijn provincies, gemeenten, waterschappen en openbaar lichamen. Per ondernemingen mogen er maximaal 20 aanvragen per kalenderjaar ingediend worden.

Binnen de regeling is het mogelijk de subsidie aan te vragen voor zowel een koop- of financial-leaseovereenkomst zonder onherroepelijke verplichtingen. Let op dat de vrachtwagen nog niet aangekocht mag zijn op het moment van subsidie aanvragen. Wel mag er een overeenkomst zijn met daarin een herroepelijke bepaling. Er moet namelijk een overeenkomst meegestuurd worden die nog niet definitief is. Bij operationeel lease moet de leasemaatschappij de subsidie aanvragen.

Naast AanZET (Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks) subsidie mag ook de MIA aangevraagd worden. Hiermee kan nog een extra fiscaal voordeel verkregen worden.

Nadat de subsidie verkregen is moet de gekochte vrachtauto minimaal vier jaar op naam (of met een verstrekkingsvoorbehoud op naam) van de subsidieontvanger blijven staan.

Meer weten over deze regeling? Neem dan contact met ons op.

Het in 2018 opgerichte bedrijf BioMosae houdt zich bezig met de ontwikkeling van een biologisch gewasbeschermingsingrediënt. Dit product heet Canto en moet gewassen vrijwaren van allerlei ziekteverwekkers. Voor het aanvragen van subsidies werkt BioMosae al een aantal jaren samen met TRIAS. De twee bedrijven kunnen inmiddels lezen en schrijven met elkaar.

Of ze eens out of the box wilde meedenken, zo luidde de vraag van haar buurman Alex Schmeets aan Guuske Busscher. Alex zocht een partner voor zijn start up BioMosae en niet lang na die vraag reageerde Guuske met de opmerking dat zij die partner wel wilde zijn. Het leek haar, na eerder onder meer voor Johnson &Johnson en DSM te hebben gewerkt, een mooie uitdaging. “Biologische middelen om gewassen te beschermen tegen ziekteverwekkers zijn er nog amper. Wat dat betreft liggen er volop kansen.”

Veel geleerd
Ze heeft in de afgelopen jaren, vertelt Guuske, heel wat geleerd over gewassen en biologische gewasbescherming. Deed onder meer onderzoek naar een cluster van enzymen, chitinase genaamd, dat de basis voor Canto vormt. Financiële ondersteuning voor dat onderzoek en de ontwikkeling van het product komt onder meer voort uit subsidies. Bij het aanvragen van die subsidies krijgt BioMosae ondersteuning van TRIAS, maakt Guuske duidelijk. “Alex kende TRIAS; ze zijn naast Venlo ook op de Health Campus in Maastricht gevestigd. Hij heeft ze al in een heel vroeg stadium ingeschakeld.”

Vraaggestuurd
Samen met TRIAS heeft BioMosae inmiddels diverse subsidieaanvraagtrajecten afgerond. Guuske noemt subsidies als WBSO, Eurostars en MIT. Per aanvraag is de begeleiding anders, maakt ze duidelijk. “We hebben trajecten vrijwel helemaal in eigen beheer gedaan, met wat steun van TRIAS, maar er zijn ook trajecten waarbij het merendeel van het werk juist door hun is gedaan. We werken met een strippenkaart zodat we ze kunnen inschakelen wanneer dat nodig is. Dat werkt prima. We kennen elkaar inmiddels goed en er is een prima wisselwerking. Die vraaggestuurde aanpak vinden we heel fijn”

Tips
Guuske is verder zeer te spreken over de kennis en ervaring die bij TRIAS aanwezig is. “Het zijn in hun vak allemaal experts met een eigen kennisgebied. Maar ze weten zich de specifieke materie waar ze bij een klant mee te maken krijgen ook goed eigen te maken. Daardoor verloopt de communicatie vlekkeloos. We mailen, bellen of videobellen, maar spreken af en toe ook op locatie af als de situatie er om vraagt. Ze zijn daarnaast heel pro-actief. We krijgen regelmatig tips.”

Groeiende behoefte
Voorlopig zal het contact met TRIAS blijven bestaan, geeft ze aan. “We zitten nog altijd in de ontwikkelingsfase, daarna volgt de registratiefase en in 2024 hopen we alles rond te hebben. Aangezien er steeds minder reguliere gewasbeschermingsmiddelen worden toegelaten zal de vraag naar biologische alternatieven toenemen en gaat Canto zeker in een groeiende behoefte voorzien.”

Hoe succesvol zijn onze subsidie aanvragen? In dit artikel lichten wij de samenwerking tussen Subsidieadviesbureau TRIAS en Vertoro toe. De samenwerking tussen Vertoro, een start up die werkt aan een CO2-neutrale vervanger van aardolie, en TRIAS dateert van 2019 en is bijzonder succesvol. Het begon met een geslaagde OP-Zuid-aanvraag en recent was er een TSE industrie-aanvraag voor een consortium waar Vertoro deel van uitmaakt, samen met TU Eindhoven en Shell.

Hoe komen we zo snel mogelijk van de fossiele brand- en grondstoffen af, dat is momenteel een van de hoofdvragen in de duurzaamheidsdiscussie. Op allerlei manieren wordt aan het antwoord op die vraag gewerkt. Zoals bij start up Vertoro waar ze lignine, een residu uit de agrarische bosbouw, omzetten naar duurzame olie, vertelt mede-oprichter en CEO Michael Boot. “Lignine is een natuurlijk product dat op zich weinig waarde heeft. We zijn in 2015 binnen een privaat-publieke samenwerking tussen Brightlands Chemelot Campus, DSM, Chemelot InSciTe, Universiteit Maastricht en Technische Universiteit Eindhoven met onderzoek begonnen. Daar is in 2017 Vertoro als spin-off uit voortgekomen om het product op den duur te vermarkten.”

Andere aanpak van Vertoro

‘Groene’ olie, noemt Michael dat product, duurzaam en niet gewonnen met behulp van ja-knikkers uit traditionele olievelden. Hij geeft aan dat het winnen van olie uit biomassa geen nieuw idee is. “Maar onze aanpak is anders dan bij andere partijen. Bij ons bewerkingsproces behoudt de biomassa zijn hoogwaardige eigenschappen en zorgen we ervoor dat het product verpompbaar wordt. Uiteindelijke doel is dat lignine fossiele olie vervangt bij onder meer de productie van allerlei materialen, chemicaliën en brandstoffen.”

De eerste subsidie aanvraag

Vertoro is momenteel vooral in het Nederlands, Belgisch en Duits grensgebied actief maar het is volgens Michael de bedoeling dat het bedrijf groeit en het werkterrein steeds groter wordt. Hij merkt op dat er zich vier investeerders achter het bedrijf, dat inmiddels acht medewerkers telt, hebben geschaard. Een goede basis, maar subsidie is onontbeerlijk, merkt hij op. “Vandaar dat we contact hebben gelegd met TRIAS die we uit de onderzoeksfase kenden.” Dat was dus in 2019, toen in maart van dat jaar een OP-Zuid-subsidie werd aangevraagd. “Met succes. Dat gebeurde onder de noemer ‘Meer doen met lignine’ en was bedoeld om een proeftuin op te zetten.”

Vervolg succesvolle subsidie aanvragen

Er volgde nog een succesvolle OP-Zuid-aanvraag en eerder dit jaar werd er eveneens succesvol een REACT-EU-subsidie aangevraagd. Deze was ter ondersteuning van de bouw van een demofabriek in de haven van Rotterdam. En dan was er dus de TSE Industrie aanvraag die eveneens werd toegekend, bedoeld om een productieproces op te zetten dat het maken van hoogwaardige biofuels mogelijk maakt. “Inderdaad, vier subsidie aanvragen en vier maal gehonoreerd, dat is 100 procent succesvol”, glimlacht Michael die zeer tevreden is over de ondersteuning en begeleiding van TRIAS bij die aanvragen. “Zeker omdat het een lastige materie is. Maar ze zijn er meteen vol ingedoken en hebben inmiddels dankzij de lange samenwerking ook al een behoorlijke kennis opgebouwd. Ze weten nu van de hoed en de rand.”

Lange adem

De pro-actieve opstelling van TRIAS spreekt hem eveneens aan, zegt hij. “Zij houden alles bij en weten wanneer er sprake is van een voor ons interessante subsidie. Daar worden we dan meteen op gewezen. Verder beschikken ze natuurlijk over een enorme expertise en kunnen ze terugvallen op een groot netwerk. Kijk, we zijn heel blij met onze investeerders en die maken het ook weer mogelijk subsidie aan te vragen. Dit is een project van lange adem maar wel een dat van grote betekenis kan zijn. Daar dragen de investeerders en TRIAS in belangrijke mate aan bij.”

Vanaf dit jaar zijn er weer volop kansen voor bedrijven, gemeenten, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties om maatschappelijke opgaven aan te pakken. Maandag presenteerde managementautoriteit Stimulus in Vlissingen de inhoud van vier belangrijke subsidieprogramma’s voor de komende jaren. Uiteraard was TRIAS hierbij aanwezig. Het betreft OPZuid, JFT, POP3 en Interreg Nederland – Vlaanderen & Duitsland. Voor de drie zuidelijke provincies is in totaal € 960 miljoen beschikbaar vanuit verschillende hoeken. Belangrijke thema’s zijn klimaat, energie, grondstoffen, landbouw en voeding en gezondheid.

Binnen het OPZuid-programma zullen jaarlijkse twee openstellingen volgen (voorjaar & najaar). Het programma is opgedeeld in vijf thema’s met ieder hun eigen accenten en budget. Het betreft onderwerpen als gezondheidsrisico’s beter voorspellen, eiwittransitie, betrouwbaar en veilig energiesysteem, waterveiligheid en biobased economie. De eerste call zal naar verwachting sluiten op 14 juli 2022.

Het JTF programma richt zich op de regio’s Westelijk Noord-Brabant, Zeeuws-Vlaanderen – Vlissingen Oost en Zuid-Limburg. Er wordt ingezet op drie sporen: Arbeidsmarkt; Innovatie; en Investeringen in technologie, systemen en infrastructuur in de geselecteerde JTF-gebieden.

POP3 zal de komende jaren meer focus leggen op waterschappen en eigenaren van bosgebieden. Naast kennis en innovatie zal er ook ruimte blijven voor fysieke investeringen. Aanvragers uit Zeeland kunnen de komende jaren terecht bij RVO. Terwijl Limburg en Brabant dat kunnen bij Stimulus.

De eerste call van Interreg Vlaanderen – Nederland is reeds geweest. Echter zullen er nog meerdere volgen. Er wordt ingezet op de thema’s slimmer, groener, socialer en zonder grenzen. Voor Duitsland – Nederland zal er later in april nog een kick-off plaats vinden.

Meer weten over een van deze programma’s? Neem dan contact met ons op.

Éen jaar subsidie ervaring, hoe ziet het eerste jaar van een subsidie adviseur eruit? Dat vroegen we onze collega Melanie van der Meer. Sinds mei 2021 is zij werkzaam bij TRIAS. Voor het eerst kwam zij in aanraking met het werken met subsidies. Maar haar projectmatig achtergrond ging ze voortvarend aan de slag.

Als ervaren jurist met aardig wat (buitenlandse) werkervaring ben ik bij TRIAS in het diepe gedoken in de voor mij onbekende wereld van subsidies. Mijn eerste jaar bestond dan ook voornamelijk uit leren. Wat ik het eerste jaar allemaal geleerd heb? Ten eerste heb de interne cursus over het subsidielandschap gevolgd, gegeven door mijn ervaren collega en specialist op het gebied van opleidingen en subsidiemanagement binnen gemeenten Annelies Swarts. Dit heeft mij in de eerste periode goed geholpen inzicht te krijgen in deze interessante en veelomvattende materie. Van Europese subsidies tot Rijksbijdragen, van Provinciale- en gemeentelijke subsidies tot fondsen. Alles is in een helikopterview aan bod gekomen en deze meerdaagse cursus heb ik dan ook met veel plezier en interesse gevolgd.

Back-office

Daarnaast heb ik veel opgestoken van de back-office activiteiten, zoals het opstellen van subsidiescans en het samenstellen van de nieuwsbrieven. Met een subsidiescan of matrix brengen we voor een klant in beeld welke subsidieregelingen voor een project of thema in aanmerking kunnen komen. De verslaglegging per scan varieert. Dit kan een relatief kort en overzichtelijk document zijn voor een concreet plan zoals de verbouwing van een dorpshuis. Het kan ook een uitgebreide scan zijn met wel honderd regelingen voor bijvoorbeeld de aanpak van de verduurzaming van een heel stadsdeel. Hierin wordt dan naast de toepasselijke subsidiemogelijkheden ook een uitgebreid advies en conclusie gegeven om duidelijk te maken welke regelingen het meest kansrijk zijn en het beste passen bij de betreffende onderdelen van het plan.

Ook door het selecteren en redigeren van de nieuwsbrieven die TRIAS iedere week aan abonnees verstuurt heb ik veel kennis kunnen vergaren. In de nieuwsbrieven worden de voor de betreffende klanten relevante berichten over nieuwe subsidieregelingen, naderende deadlines, resterende budgetten en dergelijke opgenomen. De uitleg van mijn collega Ferry van der Bloemen (naast subsidieadviseur en marketeer ook verantwoordelijk voor de back-office) heeft me daar ook zeker bij geholpen want hij kent onze klanten en de subsidiewereld als de beste. Een andere taak binnen de back-office is het ondersteunen van font-office collega’s in het beantwoorden van eenvoudige of complexe vragen van klanten. Het is heel leerzaam om subsidieregelingen, verordeningen en andere officiële publicaties uit te pluizen en de antwoorden boven tafel te krijgen.

Concrete aanvragen

Daarnaast ben ik natuurlijk ook aan de slag gegaan met concrete subsidieaanvragen. Projectplannen schrijven, bijbehorende begrotingen maken en sparren met collega’s hoe de subsidieaanvraag nog verbeterd kan worden. Ook natuurlijk regelmatig overleggen met de klant of de ingeslagen weg naar wens is en of het plan nog aangescherpt of aangevuld kan worden.

Eén van de successen van het afgelopen jaar waar ik aan heb bijgedragen waren de toegekende subsidiebeschikkingen van het Oranjefonds en het VSBfonds voor de inrichting van de vernieuwde Harmoniezaal in Tegelen. Hiermee wordt dit stadsdeel van Venlo nieuw leven ingeblazen, mede dankzij de samenwerking tussen TRIAS en de Stichting Cultureel Erfgoed Tegelen, de eigenaar van het pand. Een heel andere soort aanvraag waar ik aan heb meegewerkt en waar ik ook veel van heb geleerd, is de aanvraag voor een gemeente in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken. Hopelijk komt hierop binnenkort ook een positieve beschikking want dit zou een enorme vooruitgang in de energietransitie betekenen voor de betreffende gemeente en de inwoners.

Samenwerking

Wat mij heel goed is bevallen en waar ik ook veel van heb opgestoken is dat de projecten en opdrachten altijd met meerdere collega’s samen worden opgepakt. De taken worden vooraf goed verdeeld, er wordt een stappenplan opgesteld en we overleggen regelmatig. Natuurlijk altijd met als doel een prettige en efficiënte samenwerking met de klant, het tijdig indienen van de aanvraag en een positieve beoordeling door de subsidieverstrekker.

Ik verheug mij op de komende jaren bij TRIAS om mijn kennis en deskundigheid als subsidieadviseur verder te ontwikkelen en bij te mogen dragen aan vele subsidieaanvragen voor mooie projecten.

Bert Hegger versterkt Team TRIAS

Sinds deze week versterkt Bert Hegger het team van TRIAS. Bert heeft reeds jarenlange ervaring in het werken met subsidies, zowel aan de voor- als achterkant. Zo heeft hij onder andere bij uitvoeringsinstantie Stimulus gewerkt waar hij programmamanager was voor MKB Innovatie Topsectoren Zuid-Nederland, oftewel MIT Zuid en de OP-Zuid regeling. Twee subsidieregelingen waarvan onze klanten veelvuldig gebruik maken. Via deze weg hebben wij Bert dan ook leren kennen als een prettig persoon om mee samen te werken.

Met deze versterking krijgt TRIAS extra kennis aan boord op het gebied van deze specifieke subsidies maar ook over staatssteun en de bijbehorende financiële administratie. Bij TRIAS zal Bert zich focussen op de bedrijvenafdeling. Hij zal aan de slag gaan met het realiseren van projectaanvragen voor onze klanten en ondersteuning bieden bij het verantwoorden van de projecten.

Wij wensen Bert veel succes en plezier toe!

Bert stelt zich voor:

Ik ben Bert Hegger, 31 jaar, getrouwd, en woon in Belfeld. Vanaf 2015 ben ik wegwijs geraakt in de wereld van subsidies en het uitvoeren van economische stimuleringsprogramma’s. In de afgelopen 7 jaren heb ik gewerkt aan de ‘subsidieverstrekkende kant van de tafel’ bij Stimulus Programmamanagement, als financieel adviseur en programmamanager op verschillende programma’s (o.a. OPZuid en MIT Zuid).

Recent heb ik de stap naar TRIAS gemaakt om vanuit ‘de andere kant van de tafel’ actief bij te dragen aan het bouwen van projecten en te zien hoe we financiering kunnen matchen met de behoeftes van ondernemers, overheden en non-profit organisaties. Ik vind het leuk om de klant verder te helpen en te ontzorgen in het bereiken van diens doelstellingen.

In mijn vrije tijd doe ik aan Crossfit, hardlopen en steun ik graag de Venlose horeca.

 

 

De overheid stimuleert zowel particulieren als zakelijke organisaties om over te stappen naar duurzame mobiliteit. De reden hierachter is dat de huidige voertuigen voornamelijk op fossiele brandstoffen rijden zoals benzine en diesel. Naast dat deze grondstoffen langzamerhand uitgeput raken stoten zij ook flink CO2 uit. Het nationale doel is namelijk 95% minder CO2-uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990. Een van de grootste onderdelen waar winst behaald kan worden is mobiliteit. Duurzaam vervoer is energiezuinig, goed voor het klimaat en draagt bij aan schone lucht.

De afgelopen jaren zijn er verschillende subsidieregelingen geweest om de overstap naar duurzame mobiliteit te stimuleren. Het goede nieuws is dat deze er nog steeds zijn! Echter is het vaak lastig om te herkennen welke regeling nu specifiek waarvoor bedoeld is. Om dit overzichtelijker te maken leggen wij het uit in dit artikel!

Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP)

We beginnen met de momenteel meest bekendste regeling, namelijk de SEPP. Veel autoverkopers adverteren met deze subsidieregeling in hun commercials. Regelmatig komt voor bij dat er € 3.350 subsidie verkregen kan worden op nieuwe elektrische personen auto’s. Zoals als benoemd en de naam het zegt gaat het hierbij specifiek om elektrische personenauto’s voor particulieren. Naast nieuwe modellen kan er ook subsidie verkregen worden voor gebruikte auto’s. Het bedrag is € 2.000 per auto.

De SEPP wordt jaarlijks opengesteld tot en met 2024 en is direct aan het begin van het jaar aan te vragen. Belangrijk om te vermelden is dat het subsidiebedrag per auto jaarlijks verminderd en dat er slechts een beperk subsidiebudget beschikbaar is. Wil je er zeker van zijn dat je subsidie ontvangt? Vraag de SEPP dan zo vroeg mogelijk in het jaar aan.

Overige voorwaarden waar rekening gehouden mee gehouden moeten worden zijn:

  • Het betreft een voertuigclassificatie M1;
  • Het gaat om een 100% elektrische auto met minimale actieradius van 120 KM;
  • De cataloguswaarde is tussen de € 12.000 en € 45.000.
  • Ook private lease komt in aanmerking.

Om het gemakkelijk te maken heeft RVO een autolijst gepubliceerd met auto’s waarvan vastgesteld is dat ze aan de voorwaarden voldoen.

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

Een andere veelgebruikte regeling bij de aanschaf van duurzame vervoersmiddelen is de MIA. Binnen de MIA zijn er verschillende type voertuigen subsidiabel van elektrisch tot waterstof en vrachtwagens tot schepen. Voor nu richten wij ons voornamelijk op mobiliteit voor op de weg.

Sinds 2022 komt een standaard elektrische personenauto niet meer in aanmerking voor een investeringsaftrek binnen de MIA. RVO geeft hierover aan dat deze inmiddels gangbaar is geworden. Wel zijn elektrisch aangedreven personenauto’s met geïntegreerde zonnepanelen subsidiabel.

Andere soorten voertuigen die kwalificeren zijn:

  • elektrische- of waterstofbestelauto’s,
  • elektrische- of waterstoftaxi’s,
  • waterstofpersonenauto’s,
  • Plug-in-hybridebakwagenchassis, trekker of bus,
  • elektrisch aangedreven L7e-voertuig of niet gekentekend voertuig,
  • elektrische of waterstofvrachtwagen en
  • elektrisch aangedreven AGV’s (zelfrijdende voertuigen).

Zie voor meer mogelijkheden de volgende infographic en kijk in de milieulijst voor de specifieke voorwaarden per voertuig. Net als bij de SEPP bij RVO ook bij de MIA bekend van sommige elektrische bestelauto’s, L7e- en waterstofvoertuigen of de in aanmerking komen. Deze informatie is terug te vinden op de positieve lijst.

De MIA is een fiscale regeling waarbij het voordeel op kan lopen tot 45% van de investering. Dit houdt in dat er een belastingvoordeel verkregen kan worden doordat er een bepaald bedrag in het desbetreffend jaar van de winst kan worden afgehouden. Hierdoor kunnen enkel organisaties een aanvraag indienen die bijvoorbeeld vennootschapsbelasting betalen. De aanvraag moet bovendien ingediend worden binnen drie maanden na aanschaf van het voertuig (let op; hiermee wordt bedoeld het tekenen van de opdrachtbevestiging).

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Met de EIA kan er niet direct geïnvesteerd worden in voertuigen zelf. Wel net als bij de MIA zijn er mogelijkheden voor bijkomende investeringen. Denk hierbij aan Zonnepanelen of –folie voor elektriciteitsopwekking op transportmiddelen zoals vrachtwagens of mobiele elektrische werktuigen.

Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA)

In tegenstelling tot de MIA kunnen non-profitinstellingen wel gebruik maken van de SEBA. Deze regeling is bedoeld voor de koop en financial-lease van nieuwe  volledig emissieloze bedrijfsauto’s voor het vervoer van goederen. Het moet gaan om bedrijfsauto’s die vallen onder de voertuigcategorie N1 of N2 tot een maximum gewicht van 4.250 kg specifiek bedoeld voor het vervoer van goederen. De cataloguswaarde moet € 20.000 of hoger zijn.

De regeling staat op voor zowel stekker-elektrische of waterstof-elektrische bedrijfsauto’s. De actieradius voor type N1 moet minimaal 100 KM zijn. De subsidieregeling is beschikbaar voor zowel ondernemers als non-profitinstellingen. De enige uitzondering is dat gemeenten en provincies hier geen gebruik van kunnen maken. De hoogte van de subsidie is tussen de 10% en 12% met een maximum van € 5.000 per bedrijfsauto. Aanvragen dient te gebeuren na aanschaf en de gekochte bedrijfsauto moet ononderbroken 3 jaar op naam of met een verstrekkingsvoorbehoud (alleen uw maatschappij de tenaamstellingscode bij de RDW kan opvragen) op naam van de subsidieontvanger blijven staan.

Ook de SEBA kent een lijst met reeds bekende auto’s die in aanmerking komen, zie de bedrijfsautolijst.

duurzame-mobiliteit-emissieloze-bedrijfswagens-subsidie

Aanschafsubsidieregeling zero-emissie trucks

De nieuwe subsidieregeling op het gebied van mobiliteit is de AanZET regeling. De oorsprong van deze regeling ligt in het pakket van maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen in de logistieke sector te verminderen. De nieuwe regeling vergoedt een deel van de meerkosten van ZE-trucks ten opzichte van dieselvrachtwagens. De subsidie per voertuig wordt bepaald op basis van type vrachtwagen en bedrijfsgrootte van de aanvrager en loopt tot een maximum van € 131.900.

De verwachting is dat de regeling medio 2022 voor het eerst open zal gaan en daarna jaarlijks tot en met maart 2027 beschikbaar is. De regeling richt zich naar alle waarschijnlijkheid ondernemingen en non-profitinstellingen. Ook hier worden gemeenten en provincies uitgesloten. Verder uitwerking van de regeling moet nog volgen.

Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel

Naast de AanZET regeling is er nog een subsidie opkomst die grotendeels gaat over bouwmachines, echter vallen trucks onder voorwaarden ook onder deze regeling. Het doel van de SSEB is om een bijdrage te leveren aan de ambitie om de stikstofuitstoot in de bouw in 2030 met 60% terug te dringen. De regeling moet bedrijven in de bouwsector stimuleren om te investeren in schoner bouwmaterieel.

Er zullen drie types subsidie verstrekt worden:

  • Aanschaf: voor de aanschaf van en of meer nieuwe, volledig emissieloze bouwmachines zoals ouwwerktuigen, hulpfuncties of bouwvoertuig;
  • Retrofit: voor het aanpassen van bestaande bouwmachines om de uitstoot ervan te verminderen of emissieloos te maken
  • Innovatie: voor haalbaarheidsstudies en experimentele ontwikkeling op het gebied van oplossingen voor emissieloze bouwmachines en de benodigde laadinfrastructuur

De verwachting is dat de regeling vanaf medio 2022 beschikbaar zal zijn. Daarna zal er jaarlijks tot en met 2027 een openstelling volgen. Aanvragers kunnen jaarlijks maximaal € 1 miljoen subsidie aanvragen.

Laadpalen

Waar men elektrische auto’s gebruikt is er ook een behoefte aan laadpalen om deze op te laden. Naast de aanschaf van de auto kan de investering ook oplopen. Echter zijn er voor laadpalen op landelijk niveau niet veel mogelijkheden. De enige mogelijkheid is namelijk de MIA voor de zakelijke afschaffers. De laadpaal moet dan wel op het terrein van de aanvragende organisatie geplaatst worden. Werkgevers kunnen dus niet met subsidie een laadpaal aanschaffen voor bij de medewerkers thuis.

Voor particulieren is er momenteel geen landelijke subsidieregeling voor het plaatsen van laadpalen. Wel zijn er verschillende regionale of lokale subsidies. Dit kan per regio nagegaan worden. Daarnaast zijn er ook er verschillende initiatieven. Zo kan er via Vattenfall in Limburg en Noord-Brabant een aanvraag gedaan worden voor een openbare laadpaal.

duurzame-mobiliteit-personenauto-subsidie

Overig

Net als bij de laadpalen zijn er ook voor duurzame mobiliteit verschillende regionale en lokale initiatieven. Kijk dus naast de landelijke stimuleringsregelingen ook altijd goed welke mogelijkheden de regio biedt. Tevens heeft de overheid ook regelmatig regelingen innovaties in transport stimuleren. Denk aan de DKTI-regeling (Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport). DKTI ondersteunt een breed scala aan projecten voor duurzaam vervoer, waarvan de innovatie nog niet of nog maar pas op de markt is. De regeling richt zich op werktuig- of transportoplossingen met een lage of geen CO2-uitstoot.

Naar aanleiding van artikel nog vragen met betrekking tot subsidies voor duurzame mobiliteit? Of overgaan tot het aanvragen daarvan? Wij helpen graag! Neem voor meer informatie contact met ons op!

Subsidies zijn eigenlijk in vrijwel alle gevallen staatssteun. Als professionele organisatie vinden we het daarom ook belangrijk om op dit onderwerp goed beslagen ten ijs te komen. Maar wat kwalificeert als staatssteun? En niet te vergeten hoeveel staatssteun mag ik ontvangen als organisatie en welke slimme keuzes kan ik dan het beste maken? Want het krijgen van steun is (terecht) aan veel regels gebonden! Gelukkig bestaat er zoiets als “geoorloofde steun”!

Om onze kennis op dit gebied bij te houden en te vergroten heeft team TRIAS gister de leergang staatsteun gevolgd van Melvin Könings van Lysias Advies. Melvin geldt in Nederland een van de bekendste staatssteun experts. Hij werkt mee aan het opzetten van verschillende subsidieregelingen en het optimaliseren van kansen. In het verleden is Melvin zelfs actief geweest voor de Europese Commissie bij de DG mededing. Tijdens de leergang hebben we onze mensen meegenomen in de belangrijkste beginselen van staatssteun. Hierbij was er ook ruimte om verschillende optimalisatie strategieën te bespreken aan de hand van actuele casussen. Zo blijven we investeren in ons kennisniveau om onze klanten nog beter te kunnen adviseren. Wij danken Melvin voor de zeer leerzame dag!

De aanschaf van zonnepanelen is in 2022 een weloverwogen duurzame investering die veel particulieren en zakelijke organisaties maken. Naast dat de terugverdientijd door oplopende energieprijzen steeds korter wordt is er ook nog een groot aanbod aan subsidie/stimuleringsregelingen waar men gebruik van kan maken. Maar welke zijn dat nou? Kun je ze combineren? Of is er al een keuze voor je gemaakt? Dat leggen we je uit in dit artikel!

Subsidie zonnepanelen in 2022 voor particulieren

Voor particulieren is er al sinds 2013 geen landelijke aankoopsubsidie meer beschikbaar voor zonnepanelen. Wel is er de BTW-teruggave (tot € 2.500) op de aankoop en is er nog de salderingsregeling. Naast dat je de opgewekte stroom met je zonnepanelen zelf kunt gebruiken kun je deze ook terug leveren (mits er nog net capaciteit is). Energieleveranciers zijn namelijk wettelijk verplicht de stroom die je teruglevert op jaarbasis te verrekenen met de stroom die je afneemt. Oftewel salderen. Enkel over het bedrag dat openblijft staan na de afgenomen stroom minus teruggeleverde stroom hoeft een privé persoon energiebelasting en BTW te betalen. Let op: deze salderingsregeling staat al enige tijd ter discussie en er wordt gesproken om vanaf 2023 deze te beëindigen.

Op provinciaal- of lokaalniveau kan het wel zo zijn dat provincies, gemeenten of waterschappen stimuleringsregelingen aanbieden voor de aankoop van zonnepanelen. De provincie Limburg heeft bijvoorbeeld de Leningen Duurzaam Thuis. Hiermee kunnen voornamelijk woningeigenaren een Stimuleringslening en/of een Verzilverlening krijgen om maatregelen te treffen die leiden tot verminderd energieverbruik, verhoging van het aandeel duurzame energiebronnen in de energievoorziening of het vergroten van de levensloopbestendigheid van de bestaande woning. Deze lening kent zeer aantrekkelijke rentetarieven van bijv. 0,6% als je aan bepaalde voorwaarden voldoet.

subsidie-zonnepanelen-in-2022

Subsidie zonnepanelen in 2022 zakelijk

De zakelijke markt kent wel een aantal landelijke regelingen waar men gebruik van kan maken. Het is dus mogelijk om subsidie op zonnepanelen te krijgen in 2022. De meest gebruikte en bekende regelingen zijn de EIA, ISDE, SDE++ en de BOSA. Al deze regelingen hebben hun eigen kenmerken en voorwaarden. Denk hierbij aan de wijze van uitbetaling, aan de omvang van de installatie of de rechtspersoon die hier aanspraak op kan maken.

EIA
De meeste bekende regeling is de Energie-investeringsaftrek (EIA). Dit is een fiscale regeling waarmee een maximaal voordeel van 45,5% verkregen kan worden op de investering. Het fiscale houdt in dat er een belastingvoordeel verkregen kan worden doordat er een bepaald bedrag in het desbetreffend jaar van de winst kan worden afgehouden. Dit maakt dat de EIA interessant is voor commerciële organisaties. Gemeenten, stichtingen en verenigingen kunnen in de meeste gevallen hier geen gebruik van maken. Tenzij er sprake is van het betalen van bijv. vennootschapsbelasting door deze organisaties.

Belangrijk voorwaarde bij zonnepanelen binnen de EIA is dat de panelen een gezamenlijk piekvermogen van meer dan 15 kWp moeten hebben. Daarnaast moeten deze zijn aangesloten op een netaansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van 3*80 A of minder. Een aanvraag binnen de EIA moet ingediend zijn binnen drie maanden na opdrachtverstrekking aan de zonnepanelen leverancier. Dit kan doorlopend gedaan worden

ISDE
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) is in tegenstelling tot de EIA wel interessant voor stichtingen en verengingen. De subsidie voor zonnepanelen bedraagt € 125 per kW gezamenlijk piekvermogen. Ook hier geldt net als bij de EIA dat het gaat om een netaansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van 3*80 A of minder en dat de zonnepaneleninstallatie een vermogen 15 kWp of meer heeft.

Een andere belangrijke voorwaarde is dat het netto eigen verbruik minimaal 50.000 kWh is in het jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag. Let hiermee dus op bij bijvoorbeeld nieuwbouwpanden. De subsidie is specifiek bedoeld voor zonnepanelen op of aan een gebouw. Daarnaast moet de subsidie aangevraagd worden voordat de koopovereenkomst gesloten is en moet deze geïnstalleerd worden door een bouwinstallatiebedrijf. Aanvragen kan doorlopend. Nadat er een positief oordeel gegeven is over de subsidieaanvraag moet de installatie binnen 12 in gebruik genomen worden.

SDE++
Naast de EIA is de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) de meest bekend regeling voor zonnepanelen. In tegenstelling tot de EIA en de ISDE is de SDE++ geen aanschaf subsidie maar een exploitatiesubsidie. De subsidie vergoedt namelijk het verschil in kostprijs tussen duurzaam opgewekte energie en het normale (grijze) tarief. Een minimale vereiste voor deze regeling is dat de zonnepanelen aangesloten worden op het elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A. Waar we eerder juist zagen dat dit gelijk of kleiner moest zijn.

De SDE++ is zowel door bedrijven als (non-)profitinstellingen aan te vragen op specifieke momenten. Normaliter wordt de SDE++ tweemaal per jaar opengesteld voor aanvragen, in het voorjaar en in het najaar. De realisatietermijn voor installaties is bij < 1 MWp twee jaar. Bij meer is het gebouwgebonden drie jaar en veld & drijvend vier jaar.

Echter door de gestegen energieprijzen is het verschil tussen de kostprijs van duurzaam opgewekte energie en het normale (grijze) tarief nihil geworden. Hierdoor kan het dus zijn dat voor bepaalde installaties ook de subsidie nihil wordt. Het is daarom altijd verstandig om vooraf een goede berekening en inschatting te maken van de potentiële subsidie hoogte. De formule voor de berekening is als volgt: Maximale SDE++-bijdrage = (basisbedrag of aanvraagbedrag – basisenergieprijs of basisbroeikasgasbedrag) *vollasturen* vermogen looptijd in jaren. De variabele basisbedragen worden jaarlijks door RVO opnieuw vastgesteld. Kijk hiervoor op de website van RVO.

BOSA
Voor amateursportorganisaties is er nog een extra mogelijkheid beschikbaar. Velen kennen de Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) als subsidie voor de aanschaf van bijvoorbeeld nieuwe tenues of doelen. Echter is in de regeling ook een duurzaamheidsaspect verwerkt. Activiteiten gericht op energiebesparing, toegankelijkheid, circulariteit en klimaatadaptatie komen in aanmerking voor 10% aanvullende subsidie (30% totaal). Ook zonnepanelen vallen hieronder.

De BOSA is doorlopend aan te vragen door amateursportorganisaties met rechtspersoon zonder winstoogmerk. Daarnaast moet de accommodatie beschikbaar zijn voor amateursport voor lokaal gebruik. De minimale subsidiehoogte is € 2.500. Aanvragen van de subsidie kan pas achteraf (binnen 12 maanden) nadat de facturen ontvangen en betaald zijn.

Afweging
Er zijn dus verschillende mogelijkheden waar gebruik van gemaakt kon worden. Maar kijk dus goed naar het type aansluiting dat van toepassing is en wanneer dat een aanvraag ingediend moet worden. Voor grootverbruikers aansluitingen moet men bij de SDE++ zijn, gaat het om een kleinverbruikaansluiting dan zijn de andere regelingen van toepassing. Daarnaast is het ook altijd handig om van te voren goed te bereken welke potentieel voordeel er behaald kan worden gezien de stijgende energieprijzen.

Voor organisaties met een kleinverbruikaansluiting en een minimaal verbruik van 50.000 kWh is het goed om een berekening te maken van het potentieel voordeel van de EIA en ISDE. Binnen de ISDE is er een vast bedrag per kW gezamenlijk piekvermogen. De hoogte van de EIA bijdrage is afhankelijk van het investeringsbedrag. Op voorhand zonder concrete cijfers kan hier geen advies in gegeven worden. Het combineren van de EIA en ISDE is niet toegestaan.

Deze stimuleringen maken de terugverdientijd nog korter en er wordt een bijdrage geleverd aan de verbetering van ons klimaat!

Naar aanleiding van artikel nog vragen met betrekking tot subsidie voor zonnepanelen in 2022? Of overgaan tot het aanvragen daarvan? Wij helpen graag! Neem voor meer informatie contact op met Ferry van der Bloemen via 06-30839011 of ferry@trias-subsidie.nl